
Schuldhulpverlening
Het is meer geluk dan wijsheid dat ik nooit met officiële schuldhulpverlening in
aanraking ben gekomen. ADHD-ers zijn notoire impulsaankopers en we houden ook nogal van
hebbedingetjes, van gadgets. Altijd in voor iets nieuws. Verder ben ik enig kind.
Opgegroeid in de jaren zestig, mijn ouders werkten allebei, de bomen groeiden in Nederland
tot in de hemel. Een schat van een moeder, maar uitkomen met inkomen? Geen idee hoe dat
moet. Wat helpt is zorgen dat je een goede baan krijgt. Gelukkig is mijn echtgenoot daar
normaliter beter in dan ik.
Behalve die keer dat de ene baas hem vroeg om te zien naar iets anders en de volgende een
fraudeur bleek te zijn. Die ontsloeg hem uiteindelijk toch niet binnen de proeftijd, maar
betaalde ook geen salaris meer. En dan heb je een probleem, zoals veel mensen in deze tijd
maar al te goed weten. Want een uitkering krijg je niet. Je hebt immers een vaste baan?
Dat je geen salaris krijgt, is vervelend, maar geen zaak voor het UWV. Als je je geld
wilt, zul je je baas voor de rechter moeten slepen.
Uiteindelijk heeft mijn man het faillissement van zijn baas aangevraagd, samen met één
andere schuldeiser. Die waren overigens niet moeilijk te vinden. Achteraf blijkt dat die
man minstens 40 mensen heeft gedupeerd met beloftes van werk. Computerdetachering had al
eerder een dip. Ook nu houden we hem nog zorgvuldig in de gaten met een groepje, want hij
grossiert nog altijd in faillissementen en vuile spelletjes.
Als je zelf zorgt voor het faillissement van je baas, zou je trouwens in theorie ook nog
verwijtbaar zonder werk zitten, maar daar is gelukkig een noodwetje op van toepassing. Dus
na een half jaar kregen we met terugwerkende kracht een uitkering.
Dat halve jaar hebben we kunnen overleven omdat we net ons huis in Leiden hadden verkocht.
Omdat we nu een huis huren, hadden we genoeg geld aan de verkoop overgehouden om het uit
te zingen. Natuurlijk hadden we de tijd tegen: dit speelt eind 2001, begin 2002. En na 11
september was het geen goeie tijd voor de huizenverkoop. Maar nu zou het nog veel slechter
gaan natuurlijk.
Tegenwoordig heb ik ook een goeie baan. Bij een ministerie. En mijn ministerie heeft een
sociaal fonds waar je in geval van nood een beroep op kunt doen. Twee keer heb ik daar een
bedrag renteloos kunnen lenen om de ergste nood te lenigen.
Verder heb ik ooit bij een vriendin onder curatele gestaan. Onofficiële
schuldhulpverlening za'k maar zeggen. Zij beheerde mijn girobetaalkaarten en hielp me orde
op zaken te stellen.
Ik heb legio tips om met een saldo-tekort aan wat cashgeld te komen. Daar schiet je
natuurlijk weinig mee op, want je tekort wordt alleen maar groter. En ik zou een boek
kunnen schrijven over hoe je goed met geld om moet gaan. Want ik weet precies hoe het
moet: met budgetteren en met huishoudboekjes en alleen contant geld opnemen en daar je
boodschappen mee doen, met een lijstje waar je niet van mag afwijken, enz enz.
Maar het is eigenlijk net als met stoppen met roken: het levert wel iets op, maar pas in
de toekomst. En de mens is van nature sterk gericht op directe bevrediging. En iets kopen
is leuk. Het bevredigt een deeltje in je hersenen, net als nicotine en drank. En je aan
een strak schema houden is niet leuk, niet bevredigend maar knellend. Vervelend. Aan de
andere kant: het kan natuurlijk ook een sport zijn. Maar het is wel een sport die ik graag
aan mij voorbij laat gaan.
Christa Jonkergouw