
Alcoholmatiging
In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier.
Ik weet niet of dat de achterliggende gedachte is van het indrinken of het coma-zuipen,
maar er wordt in Nederland, zeker door de jongeren, ontzettend veel gedronken. Was dat
eerst nog vooral op campings in de zomer, getuige de muren van bierkratjes die dan
steevast in het journaal langskwamen, tegenwoordig gebeurt het ieder weekend.
Ik heb geen kinderen, maar ik vraag me altijd af, waarom ouders dit gedrag tolereren. Ik
weet dat je je kinderen geen vierentwintig uur per dag in het oog kunt houden maar als ik
ooit één avond zo thuis zou zijn gekomen, dan geloof ik dat ik nooit meer uit had
gemogen. En indrinken doen ze toch ook bij iemand thuis. Het is iets waar ik met mijn kop
niet bijkan.
Wij drinken ook. Een glas wijn bij het eten, 's avonds vaak een glaasje whisky. We hebben
een riante collectie single malts in de kast staan. Want in een huis met drie volwassenen
heb je natuurlijk ook drie verschillende smaken. Wat ik wel merk, is dat we in de loop van
het jaar wat meer gaan drinken. Zomers is een biertje lekker, een koud glas rosé of witte
wijn met ijs. En ongemerkt wordt het meer dan één glaasje bij het eten. Dan krijg je aan
het eind van het jaar nog de feestdagen. Veel vrije tijd, veel lekker eten, glaasje
erbij
Al jaren gaat bij ons na het eerste weekend in januari de stop erop. Twee maanden geen
alcohol, tenzij er echt iets bijzonders is, als we uit eten gaan of zo. En nee, we gaan
niet twee maanden lang dagelijks uit eten! Je merkt in het begin hoezeer je gewend bent
geraakt aan dat drankje. Het doet me iedere keer weer sterk denken aan het stoppen met
roken. Het is niet zozeer lichamelijke afhankelijkheid, die is na een paar dagen weg. Het
is de gewenning, de handeling, de sociale factor.
Dit jaar kwamen die twee nuchtere maanden niet goed van de grond, een echte stop hebben we
niet gehad, wel een matiging. Maar ik heb voor mezelf besloten dat ik in ieder geval op
werkdagen niet drink. Ik werk drie dagen in de week, dus drie dagen per week drink ik geen
alcohol.
Waarom houd ik me bezig met matigen? We kunnen het ons permitteren, we vinden het lekker,
we zuipen ons niet lam en als ik eens dronken ben, dan is dat thuis. Wij zitten nooit met
alcohol op achter het stuur.
Toch wil ik niet iedere dag of het hele jaar door alcohol drinken. Ik heb namelijk mijn
moeder verslaafd zien raken aan alcohol. Op een verraderlijke manier. Ze werkte, ze had
een winkel naast ons woonhuis. Eind van de middag ging ze het eten voorbereiden en dan
stond er in de keuken een glaasje seven-up. Met een tic. Wat mijn vader en ik niet wisten,
was dat er in dat glas steeds minder seven-up zat en steeds meer tic. En dat het vaak meer
dan één glas was zo voor het eten. Wij dronken geen wijn bij het eten, dat was toen nog
geen gewoonte. Na de koffie dronken mijn ouders nog weleens een glaasje. En vermoedelijk
werd dat bij mijn moeder ook steeds meer tic en steeds minder seven-up, maar dat weet ik
niet. Wel van die drankjes van voor het eten.
Uiteindelijk was ze echt verslaafd. Ik was het huis al uit, mijn vader werkte. Maar als
hij thuis kwam haalde hij soms uit alle hoeken en gaten de flessen drank.
Of hij er goed mee om is gesprongen
ik wil daar vijfendertig jaar later geen oordeel
over vellen, maar mijn moeder is, met behulp van refusaltabletten, van de drank afgekomen.
Zelfs toen ze later kanker kreeg en ernstig ziek werd heeft ze nooit meer gedronken.
Maar ik heb haar genen ook meegekregen. En ik weet hoe moeilijk ik het vond om te stoppen
met roken. Dus ik wil per se niet verslaafd raken aan alcohol. Daarom let ik op en matig
ik mijn alcoholgebruik. Want ik weet dat drank meer kapot kan maken dan je lief is.
Christa Jonkergouw